Prikkelbare darm syndroom

Prikkelbare darm syndroom wordt in Nederland behoorlijk vaak toegeschreven aan een aantal chronische darmklachten. Bijna 20% van de Nederlandse bevolking heeft last van chronische darmklachten. In de meeste gevallen is het niet bekend waardoor de darmklachten worden veroorzaakt. Er zijn onderzoeken om veel van de oorzaken van de klachten te vinden. Helaas worden alle mogelijke oorzaken van de chronische darmklachten meestal niet onderzocht. Zonder uitgebreid onderzoek worden de klachten vaak ‘prikkelbare darm syndroom’ genoemd door de arts.

Prikkelbare darm syndroom wordt helaas in veel gevallen ten onrechte als ‘diagnose’ gegeven. De klachten die in feite door een andere aandoening veroorzaakt worden zouden geen ‘prikkelbare darm syndroom’ genoemd moeten worden. Er is eigenlijk helemaal geen sprake van een ‘prikkelbare darm syndroom’, indien de klachten veroorzaakt worden door bacteriele infectie, darmparasieten, gluten intolerantie, of Candida in de darmen. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken van aanhoudende darmklachten die vaak – zonder onderzoek – prikkelbare darm syndroom (PDS) worden genoemd.

prikkelbare darm syndroom onderzoek

Met een kleine monster ontlasting kan getest worden op verschillende oorzaken van prikkelbare darm syndroom.

De woorden ‘prikkelbare darm syndroom’ suggereren dat de darmen geïrriteerd worden zonder reden: ze zijn zomaar prikkelbaar. Als er in feite wel een oorzaak is voor de irritatie, zijn de darmen niet ‘prikkelbaar’, maar ontstoken, geïnfecteerd of hebben ze last van een allergie. Het is tragisch voor mensen die denken dat ze PDS hebben, en er niets aan kunnen doen, wanneer er in feite een onderliggende aandoening is die opgespoord en behandeld kan worden.

Het is mogelijk door middel van ontlastingsonderzoek veel darmaandoeningen op te sporen. In sommige gevallen blijken deze darmaandoeningen behandelbaar te zijn, en gaan de PDS klachten over. In gevallen waar een darmaandoening of darmziekte de klachten veroorzaakt, is er eigenlijk helemaal geen sprake van prikkelbare darm syndroom.

Op darmklachten.nl kunnen onderzoeken aangevraagd worden naar de meest voorkomende oorzaken van PDS.

Algemene informatie over het prikkelbare darm syndroom:

Niet iedereen met de diagnose prikkelbare darm syndroom heeft werkelijk PDS. De diagnose prikkelbare darm syndroom wordt vaak gesteld zonder dat alle klachten zijn onderzocht. Laboratorium onderzoeken zijn beschikbaar om het merendeel van de oorzaken van chronische darmklachten in kaart te brengen.

Helaas gaan veel mensen met (huis)artsen of andere behandelaren die weinig verstand hebben van laboratorium onderzoek. Laboratorium onderzoek is de beste manier om vast te stellen wat er aan de hand is in de darmen. Indien er onvoldoende onderzoek wordt gedaan kan alleen een ‘verlegenheidsdiagnose’ worden gegeven. Het blijft een ‘verlegenheidsdiagnose’ zolang alle mogelijke onderliggende oorzaken van chronische darmklachten nog niet zijn onderzocht en zijn uitgesloten. Door uitvoerig ontlastingsonderzoek uit te laten voeren kunnen darmproblemen opgespoord en mogelijk behandeld en genezen worden.

De diagnose prikkelbaar darm syndroom wordt vaak door de huisarts gesteld op basis van vragen en lichamelijk onderzoek. Maar er wordt zelden laboratorium onderzoek uitgevoerd. Het is onmogelijk om alle mogelijke oorzaken van PDS uit te sluiten, zonder echt onderzoek te laten doen.

Zelfs met een colonoscopie zijn niet alle mogelijke oorzaken van prikkelbare darm syndroom meteen zichtbaar. Een coloscopie kan darmkanker, darmpoliepen, ziekte van Crohn en colitis ulcerosa in kaart brengen. Maar dit zijn slechts een paar van de vele oorzaken van prikkelbare darm syndroom symptomen. In feite stellen deze serieuze aandoeningen statistisch weinig voor. van de totale bevolking. PDS wordt veel vaker veroorzaakt door bacteriën, schimmels en gisten en parasieten in de darmen. En deze aandoeningen zijn helaas onzichtbaar voor een coloscopie.

Veel huisartsen zijn niet op de hoogte van de mogelijkheden van ontlastingsonderzoek. Ontlastingsonderzoek is erg gemakkelijk te verrichten: een kleine schepje ontlasting kan thuis verzameld worden, en in een speciale envelop verpakt en opgestuurd worden naar een laboratorium. Er komen dus geen ingrijpende, inwendige onderzoeken aan te pas, en het is helemaal veilig. Ontlastingsonderzoek is zeer logisch: de ontlasting bevat zeer veel informatie over de toestand van de darmen. Gespecialiseerde laboratoria kunnen als een soort CSI de oorzaak van prikkelbare darm syndroom klachten ontdekken.

Er is alleen sprake van prikkelbare darm syndroom wanneer alle mogelijke oorzaken van de darmklachten zijn uitgesloten. Indien u met prikkelbare darm syndroom gediagnosticeerd bent zonder goed onderzocht te zijn, moet u erop staan dat onderzoek alsnog gebeurt. Want het is erg zonde om pijn en ongemak te hebben en aan verlies van levensvreugde te lijden, terwijl een oplossing mogelijk is voor prikkelbare darm syndroom, en misschien zelfs voor de hand ligt.

Diagnose van prikkelbaar darm syndroom:

De diagnose prikkelbaar darm syndroom wordt tegenwoordig gesteld op basis van meer onderzoek, maar in het verleden werd de diagnose prikkelbaar darm syndroom door huisartsen gesteld op basis van een aantal kenmerkende klachten, de zg. Rome II criteria. Deze criteria waren ten eerste niet nauwkeurig genoeg; ten tweede kenden alle huisartsen de criteria niet eens.

De Rome II criteria voor prikkelbaar darm syndroom symptomen zijn:

  • stralende darm pijn bij prikkelbaar darm syndroom

    klachten die langer dan 3 maanden bestaan,

  • vaker dan 3 maal per dag ontlasting of slechts enkele keren per week,
  • winderigheid,
  • een opgezette buik,
  • buikpijn,
  • verlichting na defecatie,
  • slijm en/of bloed bij de ontlasting.

De diagnostische richtlijnen voor laboratoriumonderzoek, opgesteld door het Nederlandse Huisartsen Genootschap, luiden:

  • Bloedonderzoek laten uitvoeren: bezinking, het aantal witte bloedlichaampjes en vaststellen of er bloedarmoede is.
Dit is lang niet goed genoeg, omdat de oorzaak ook een voedselintolerantie, besmetting met schadelijke darmbacterien, darmparasieten of schimmels kan zijn. Met name darmparasieten zijn een zeer belangrijke oorzaak van het “Prikkelbaar Darm Syndroom.” Veel huisartsen hebben weinig kennis van parasitologie en komen vaak niet op het iedee patienten te laten onderzoeken op parasieten.

De Rome criteria beschrijven ook alarmsignalen, zoals bloedige ontlasting. Het advies luidt om alleen bij mensen die verlies van bloed hebben plus en een ander alarmsignaal zoals vermagering, langdurige diaree en ernstig ziekzijn, door te verwijzen naar een specialist voor inwendig onderzoek (een colonoscopie). Dit gebeurt slechts bij een kleine percentage van de mensen met chronische darmklachten. Bovendien is een scopie niet geschikt om oorzaken zoals besmetting met bacterien of parasieten op te sporen. Een colonoscopie zal bijvoorbeeld geen microscopische darmparasieten aantonen.

Omdat weining laboratoiumonderzoek plaatsvindt bij mensen met chronische darmklachten, kan de diagnose worden gemist, en worden de klachten te gemakkelijk met de benoeming prikkelbaar darm syndroom bestempeld.

Er zijn twee punten om rekening mee te houden:

  • De meeste artsen kennen de Rome criteria niet. Een recent onderzoek geeft aan dat slechts 20% van de Engelse1 huisartsen de criteria kennen en slechts 4% er gebruik van maakt. Van de Europese huisartsen kende 77% geen enkel diagnostische criterium.
  • In Nederland2 worden weinig patiënten met chronische darmklachten verwezen, slechts 7% gaat naar de specialist.
De reden waarom huisartsen zo zelden hun patiënten met prikkelbaar darm syndroom verwijzen, is omdat, ondanks het geringe aantal verwijzingen, niet op grote schaal ernstige aandoeningen worden gemist. Ernstige aandoeningen zijn darmkanker en darmontstekingen: colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Deze ziekten komen voor bij 2 personen per 1000. Dikke darmkanker komt voor bij 1 op de 1500 personen. De kans dat een patiënt met chronische darmklachten een darmontsteking zoals colitis ulcerosa of darmkanker heeft, is dan ook zeer klein. Maar dit neemt niet weg dat er vele andere aandoeningen zijn die weliswaar minder ernstig zijn, maar toch behoorlijke klachten kunnen veroorzaken, die af doen nemen van levensvreugde en veel meer kosten met zich mee dragen.

Er bestaat een misconceptie dat het verrichten van aanvullend onderzoek de ongerustheid van patiënten zou vergroten. Van de Horst refereert aan het artikel van Fritzpatrick4 om dit punt te ondersteunen. Maar eigenlijk beweert Fritzpatrick het tegendeel, en wordt zijn standpunt uit het verband getrokken. Fritzpatrick stelt dat patienten ongerust worden wanneer onderzoek plaatsvindt en de arts slechts aan de patiënt meedeelt dat er niets aan de hand is, zonder uitleg van onderzoeksresultaten. De patiënt ervaart dit als een ontkenning van hetgeen dat wordt doorgemaakt; 34% van de patiënten maakt zich zorgen omdat de testresultaten niet afdoend zijn besproken. Hij schrijft dat het geruststellen vaak faalt. Fritzpatrick wijt dat aan slechte communicatie, niet aan het onderzoek.

Dit is niet alleen een communicatieve falen, het is ook een ethische falen. Artsen denken vaak, ten onrechte, dat chronische darmklachten slechts een psychologische oorzaak hebben. Vervolgens nemen ze maatregelen om de patient te behandelen alsof deze psychisch zwak is. Tot deze maatregelen behoort de beslissing om geen onderzoek te laten verrichten, uit angst dat de patient een negatieve uitslag niet goed zou kunnen verwerken. In feite wordt veel meer stress veroorzaakt door tegen iemand met een echte aandoening te vertellen dat ze het zich allemaal verbeelden, en niet onderzocht hoeven worden.

Prikkelbaar darm syndroom diagnostiek en NHG richtlijnen

Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft een protocol ontwikkeld voor de diagnostiek van prikkelbare darm syndroom. Hieronder volgt een ingekort overzicht van de 5 stappen: Anamnese, Lichamelijk Onderzoek, Aanvullend Onderzoek, Therapie, Evaluatie.

Nergens in de richtlijnen staat dat er gericht ontlastingsonderzoek aangevraagd kan worden bij een laboratorium, terwijl dit de meest doeltreffende methode is. Wel wordt aangegeven bij aanvullend onderzoek dat bloedonderzoek aangevraagd kan worden, maar bloedonderzoek is beperkt. Ontlastingsonderzoek geeft veel meer diagnostische informatie over chronische darmklachten, omdat ontlasting uit de darmen komt, en meetbare waardes bevat over veel verschillende aandoeningen. Een van de meest opmerkelijke stukken uit de richtlijnen is:

Meestal kan de diagnose gesteld worden zonder aanvullend onderzoek. Voorwaarde voor het stellen van de diagnose is echter wel dat andere aandoeningen voldoende uitgesloten zijn zodat bij verdenking op een inflammatoire darmziekte of colorectale maligniteit aanvullend onderzoek altijd aangewezen is.”

Vervolgens wordt gezegd:

Het prikkelbare darm syndroom komt in de algemene bevolking voor bij 15 tot 20 procent van de vrouwen en 5 tot 20 procent van de mannen. Slechts éénderde van de mensen met klachten die overeenkomen met het prikkelbaar darm syndroom zoekt medische hulp.”

Er wordt dus gesteld dat:

  1. Het meestal niet nodig is om aanvullend onderzoek te verrichten.
  2. Er alleen aanvullend onderzoek nodig is bij verdenking op een inflammatoire darmziekte (Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa) of colorectale maligniteit (darmkanker). Deze ernstige ziekten zijn zeldzaam, dus verdenking op deze ziekten is ook zelden. Er zijn nog veel meer darmziekten – infecties met darmparasieten, darmschimmels en darmbacterien bijvoorbeeld – waar dus (volgens de richtlijnen) nooit onderzoek naar uitgevoerd dient te worden. Naast ziekten kunnen ook allergien en intoleranties (voor gluten, bijvoorbeeld) prikkelbaar darm syndroom symptomen veroorzaken: het wordt ook niet aangeraden hier onderzoek naar te laten verichten.
  3. Wanneer laboratoriumonderzoek plaatsvindt, betreft dit alleen bloedonderzoek terwijl ontlastingsonderzoek veel zinvoller zou zijn.
  4. Tot slot wordt toegegeven dat wel 20 % van de bevolking “prikkelbaar darm syndroom” zou hebben. In feite lijden veel minder mensen aan prikkelbaar darm syndroom. Het merendeel van de genoemde 20% heeft prikkelbaar darm syndroom-klachten en heeft simpelweg nooit een diagnose gekregen. De beste manier om de achterliggende oorzaak op te sporen is, nogmaals, door middel van ontlastingsonderzoek.

Anamnese (een anamnese is een “intake gesprek” waar door middel van gerichte vragen de eerste fase van het onderzoek wordt ingezet).

1. Eerst stelt de arts de klachten vast met behulp van deze vragenlijst:

  • 1A. Betreffende buikpijn: duur, beloop, intermitterend of continu, lokalisatie, verlichting door ontlasting of het laten van winden?
  • 1B. Andere buikklachten: opgeblazen gevoel, rommelingen, winderigheid?
  • 1C. Ontlastingspatroon en wisselingen in aspect, consistentie en het waarnemen van bloed of slijmbijmenging?

2. Ter differentiatie van andere oorzaken van prikkelbare darm syndroom:

  • 2A. Onbedoeld gewichtsverlies, meer dan 3 kg in een maand?
  • 2B. Het voorkomen in de familie van darmkanker en leeftijd bij het ontstaan hiervan?
  • 2C. Temperatuurverhoging?
  • 2D. Samenhang met menstruatie?
  • 2E. Bijwerkingen van medicatie?
  • 2F. Relatie met voedingsmiddelen, met name melk, zoetstoffen, light-producten, alcohol?
  • 2G. Verblijf in de (sub)tropen of Middellandse Zeegebied?
  • 2H. Aard voedings- of bewegingspatroon, bij obstipatie: vochtinname?

3. Om een indruk te krijgen van ernst en prognose:

  • Omgaan met de klachten: abnormaal ziekte- of vermijdingsgedrag, angst voor bepaalde aandoeningen, disfunctioneren in werk en hobby’s, reacties uit de omgeving?

Lichamelijk onderzoek (de tweede fase)

1. Inspectie, auscultatie en palpatie, met name de plaats van de pijnklachten

2. Rectaal toucher bij verdenking op:

  • ontlastingsophoping (linkszijdige of rechtszijdige weerstand in de buik)
  • een inflammatoire darmziekte of darmkanker

3. Vaginaal toucher bij verdenking van ziekten van de genitalia.

Aanvullend onderzoek bij prikkelbare darm syndroom

A. Er is geen aanvullend onderzoek nodig.

B. Alleen bij twijfel over diagnose: BSE (bezinking), leuco’s (witte bloedlichaampjes), Hb (hemoglobine [om bloedarmoede te bepalen]):

  • Bij jongere patiënten zonder aanwijzingen van ernstige ziekten (pathologie)
  • Bij oudere patiënten met al vele jaren bestaande prikkelbaar darm syndroom klachten

C. Bij sterke twijfel inwendige darmonderzoek (sigmoidoscopie) eventueel gevolgd door een X-foto van de dikke darm.

  • bij verdenking op een ontsteking van de darm
  • bij verdenking op een darmkanker. Overleg met internist of gastroenteroloog over aanvullend onderzoek bij patiënten met buikklachten en het voorkomen van een colorectaal carcinoom bij één eerstegraads familielid jonger dan 45 jaar of bij twee eerstegraads familieleden ongeacht de leeftijd

Therapie voor prikkelbare darm syndroom. Bij patiënten met aanhoudende klachten zal psychotherapie worden aangeraden. Wanneer ondanks therapie ernstige prikkelbaar darm syndroom klachten of ongerustheid aanhoudt, kan inwendig onderzoek (dmv een scopie) plaatsvinden.

Evaluatie Stel de diagnose prikkelbaar darm syndroom bij klachten conform begrippen en wanneer aanwijzingen voor andere aandoeningen ontbreken.

Er is een kern van waarheid in het “psychologisch verhaal”, maar die waarheid is heel anders dan de meeste artsen het voordoen. Neuropeptiden, die invloed hebben op het geluk, zoals serotonine, worden aangemaakt in de darmen. Wanneer er een chronische afwijking is met de darmen, worden deze peptiden niet optimaal aangemaakt. Dit kan natuurlijk leiden tot depressie. Maar de onderliggende oorzaak is medisch – slechts de symptomen zijn psychisch.